Ileen
Montijn

 

Overhemdentic

1 oktober 2012

Foto Maurice Boyer

Foto Maurice Boyer

Kleren, kleren overal. In tijdschriften en kranten heten ze steevast ‘mode’, zoals naaien ‘zelfmaakmode’ heet – waar iets verkocht moet worden gebruikt men liever eufemismen dan duidelijke woorden.

Wat echte mensen aan hebben is natuurlijk interessanter dan wat fotomodellen dragen. In het rubriekje ‘Werkpak’ in NRC Lux van afgelopen zaterdag vertelde Frénk van der Linden, zelf interviewer van beroep, over zijn – nu tanende – liefde voor bloemetjesoverhemden. Frénk heeft een overhemdentic, bekent hij. Hij draagt nooit een trui omdat hij zich daarin opgesloten voelt. Curieus.

Een uitspraak die te denken geeft is dat hij ‘veel minder werk aan zijn kleding besteedt dan mensen denken’. Hij koopt eens in de drie maanden een stapeltje overhemden en gaat daarna naar het Waterlooplein om een paar oude spijkerbroeken van 15 euro te kopen; zijn sokken haalt hij bij de Hema.

We hebben het er hier bij de borrel over gehad: hoeveel stuks is een stapeltje? Toch wel vier, anders zeg je ’twee of drie’. Een paar spijkerbroeken, dat zijn er twee of drie. Per jaar dus minimaal zestien overhemden en tien spijkerbroeken. Een indrukwekkend verbruik, wat zeg ik: juist veel meer dan we zouden hebben gedacht – als we erover hadden gedacht.