Ileen
Montijn

 

Paris canicule

20 augustus 2012

Raoul Dufy, Salle de l'Electricité (1937)

Raoul Dufy, Salle de l'Electricité (1937)

In Parijs was het dit weekend tegen de veertig graden, ofte wel, le canicule. Het woord was ineens alomtegenwoordig. Het Latijnse canis zit er in, van hondsdagen – het betekent gewoon hittegolf. In de zon was het op straat nauwelijks te harden, in de bus nog erger.

Op het caféterras onder ons hotel zagen we ’s avonds (naast de grote, nu werkloze terraskachels) iets nieuws: brumisateurs. Ze sproeien, of beter vernevelen van boven af koud water, zo fijn dat je er in de hitte niet nat van wordt, maar wel koel. Een mooie vondst, die in Amsterdam waarschijnlijk meteen verboden zou worden.

Maar de vooruitgang is niet tegen te houden. In het Musée d’Art Moderne zag ik een zaal die is beschilderd door Raoul Dufy (1877-1953), gewijd aan het heerlijke verschijnsel van de Elektriciteit. Een voorstelling van 10 bij 60 meter met de pioniers en de toepassingen, gemaakt in opdracht van het Parijse elektriciteitsbedrijf voor de wereldtentoonstelling waarover het hier eerder ging, die van 1937. Dat toen aan de Europese horizon het onweer al samenpakte, geeft aan dit vertoon van onbezorgde blijheid iets speciaals. (Aan de andere kant: zijn er ooit tijden geweest waarin ze aan de horizon niet dreigend bezig waren?)