J.A. Schmetterling, Silhouetportretten (1786) Coll. K.O.G.
Praatjes vullen geen zalen, dat is waarom dat Nationaal Historisch Museum van het begin af aan een heilloos idee was. Je kunt wel van alles verzinnen over nationale identiteit of het belang van de historie, maar een museum is een instelling waar voorwerpen worden bewaard, bestudeerd en getoond: geen multimediashow of pretpark.
Maar consequent zijn ze wel, en dus hebben ze in oktober de absolute top-of-the-bill in praatjes benoemd tot directeuren van het museum-in-wording. Twee snelle jongens van wie er een tegen korting (of god weet, in ruil voor gratis pakken) op zijn visitekaartjes heeft staan welke hippe modeontwerper ‘hem kleedt’, zoals dat in films of commerciële tv-shows gebruikelijk is. Een tweetal dat in zijn jacht op spraakmakendheid en hoge bezoekerscijfers ontreddering heeft gezaaid in het Zeeuws Museum en het Zuiderzeemuseum. Dat dat tweetal in het NHM-in wording nu de ‘historische canon’ aan zijn laars wil lappen, lijkt me het allergeringste probleem. Dat ze bergen geld gaan uitgeven waarmee in de serieuze museumwereld fantastische dingen zouden kunnen gebeuren: dat is erg.