Ileen
Montijn

 

Rare helden

24 september 2007

J.S. Cotán (1560-1627), Stilleven met groente

J.S. Cotán (1560-1627), Stilleven met groente

Helden van de smaak is het thema van een tijdschriftje dat het huis in kwam als toevoeging aan de Volkskrant van zaterdag. Ongevraagd drukwerk is erg verboden bij de pleitbezorgers van natuurvoeding en milieusparing, maar nu moest een hogere zaak worden gediend: die van de Smaak. (Je hoort ze delibereren, de marketingmeneren: hoe kunnen we mensen eco-eten door de strot duwen? Ah! door over de kostelijke smaak ervan te praten, niet door tobberig gedoe over landbouwgif…)
    Smaak, iets waarvan een mens vroeger onbevangen kon genieten, is tegenwoordig iets heroïsch. Het is goed, ongeveer op dezelfde manier als gezondheid ineens een aura van morele superioriteit heeft gekregen. Dat doet me denken aan het boek van Diny Schouten, Het spek van slager Blom, met de onvoorstelbaar zure ondertitel Over wat er nog te eten is. Daarin zegt zij voortdurend dingen als dat het Nederlandse brood, behalve ongezond, ‘…meestal zo sponzig is dat het vele malen geschikter is om je auto mee te wassen dan om het op te eten…’ (Dat vind ik nou immoreel, eerlijk gezegd.)
    In dit tijdschriftje zijn ze zo wijs geweest om Schouten niet op te voeren als ‘held(in) van de smaak’; wel haar veel verstandiger tegenvoeter Wouter Klootwijk, die terecht moet lachen om de associatie tussen smaak en heldendom. Hem zul je dan ook niet horen zwatelen over ‘puurheid’, zoals voortdurend gebeurt in de wereld van het betere eten. Maar de marketingmensen menen te weten dat dat is wat Nederland wil lezen – en dus staat ook dit tijdschriftje er vol mee, geheel ongeacht de vraag of het nu iets betekent of niet.