Wilde ganzen boven het Paard van Marken
Paarsgewijs zwermen op zaterdagen en zondagen (als het niet regent) de ouder wordende vrouwen – wat is het: 30+? 40+? – de stad uit: wandelen. We kunnen het niet helpen, we vinden het fijn, het ìs fijn. Ik weet niet wanneer het mode is geworden, ik doe het al zeker twintig jaar, maar dat kan dus ook aan mijn leeftijd liggen.
Op Marken viel het vanochtend trouwens erg mee, wat de wandeldrukte betreft. Terwijl het echt mooi was, de gladde Gouwzee aan de westkant, driftig klotsend water aan de oostkant, en het Paard, keurig in de witte verf. Wat er zwermde waren vooral wilde ganzen. Ruisend en kwakend draaiden zij rondjes, om ineens weer neer te dalen op een stuk polderland. In zo’n zwerm worden ze met z’n allen één organisme, wijsneusde ik tegen mijn wandel-wederhelft, zonder te weten wat dat eigenlijk betekent. Maar zij wist het wel: ze draaien zonder overleg dezelfde kant uit, ze delen één richtinggevoel. Klinkt romantisch.