Ileen
Montijn

 

Schrijflust

18 juli 2007

Als ik het diep in mijn hart een beetje raar vond, van die foto die Axel mij gaf, heb ik dat goed voor mezelf verborgen gehouden. De enige reactie die ik kon bedenken was: een foto van mijzelf aan hem geven. Maar die had ik niet. (Hoe zou hij aan de zijne zijn gekomen? Wie had er nou foto’s van zichzelf, om vrijelijk over te beschikken?)
    Ik bleef maar malen, en achter mijn bureautje in mijn dagboek zitten schrijven. Mijn dagboek was in briefvorm en het heette Kitty, net als dat van Anne Frank. Tenminste, tot ik iets bedacht – over het dagboek, niet over Axel – dat mij met grote tevredenheid vervulde: ik zou mijn dagboekbrieven voortaan niet aan Kitty schrijven, maar aan Anne zelf! Dat gaf meteen stof, want Anne kende ik uit háár dagboek. Ik wist dus tegen wie ik het had, en het gaf een zeker dramatisch gewicht aan mijn dagboekje. Maar toch was dat me niet genoeg, ik wilde méér schrijven, gerichter, mijn schrijflust was niet te stuiten. Niets gaf mij zo’n prettig gevoel. Maar o, wat zou mij dat in moeilijkheden brengen.