Ileen
Montijn

 

Smaakpaus

17 februari 2008

Toen ik bij Benno Premsela op bezoek was, stond een enorme vaas met witte lelies in zijn kamer zo zwaar te geuren als ik nooit daarvoor of daarna geroken heb. Het gaf iets vreemd decadents aan het verder zo witte, zakelijke interieur van de oude smaakpaus. Ik had belet gevraagd omdat ik een boek over de Bijenkorf schreef. We hadden een gesprekje waarin hij me veel vertelde wat hij duidelijk al vaak had moeten vertellen. Er sloegen geen vonken over, ik was niet vatbaar voor het effect dat hij op veel mensen moet hebben gehad.
Zoals op Kees Fens, die in de Volkskrant van gisteren op prachtige – en ook wel aandoenlijke – wijze vertelt hoe Premsela’s Bijenkorf-etalages, de nieuwe, lichte, moderne meubels die hij in het warenhuis haalde, hoe dat alles een openbaring voor hem was. Ik stond ervoor, ik keek ernaar en wist: alles aan mij was verkeerd, want verouderd. Dat bijna religieuze moment van inzicht in de jaren vijftig van Fens (en veel van zijn tijdgenoten) maakt duidelijk hoe sterk zoiets ogenschijnlijk oppervlakkigs als stijl, of vormgeving, het leven kan beïnvloeden.