Affiche Stedelijk Museum Amsterdam 1942 (ontwerp W. Sandberg)
‘Welcome home’, zei de zwartbebrilde directrice met een vriendelijke glimlach tegen de SM-businessclub-leden, die een exclusieve voorbezichtiging kregen in de gerestaureerde zalen van het museum. Hoe ze dat precies bedoelde bleef in het midden, maar iedereen vond het natuurlijk fijn om weer eens binnen te zijn.
De zalen waren mooi en erg leeg, op de conceptuele kunstwerken na die er onder de vage titel Taking place te zien zijn – ‘video- en audio-installaties, interventies in het gebouw, performances en grafische vormgeving’. Ach ach ach. Op de begane grond de expositie Monumentalisme van het hippe Stedelijk Museum Bureau Amsterdam: curatorenkunst van een stroperige diepzinnigheid, gemaakt op het thema ‘nationale identiteit’. Ach en re-ach.
Er is ook een nieuw geschenk van de Vrienden van het Stedelijk Museum: een ‘werk’ (tekst op muur) van de oude Lawrence Weiner, even stupide als al zijn andere werken – waarvan het Stedelijk er blijkens de museumwebsite nu niet minder dan 79 bezit. Hoera!
Grappig genoeg werd ik er niet somber van; ik kreeg juist het optimistische gevoel dat het allemaal niet meer lang kan duren. Dat iedereen binnenkort toch zal zien dat de ‘conceptuele kunst’ méér dan uitgeput is. Beeldende kunst heeft te maken met waarneming, met schoonheid, met vakkundigheid en originaliteit – op een gegeven moment dringt dat wel weer door.
Intussen is het een troost dat die monstrueuze nieuwbouw bestemd is voor de hedendaagse spullen, terwijl de gerestaureerde oude zalen van het Stedelijk, als alles af is, zullen worden gevuld met wat zij hun ‘klassiek-moderne collectie’ noemen. De tientallen oude museumaffiches die nu al in de benedenhal te zien zijn, zijn een voorbode: dat zal mooi zijn.