Ileen
Montijn

 

Tijdelijke huisgenoten

6 augustus 2008

Mary Poppins

Mary Poppins

Ik lees een geweldig boek over gouvernantes, Tussen salon en souterrain, van Greddy Huisman. Het verschijnsel waarover het gaat, de jonge vrouw die in welgestelde gezinnen werkte als een soort opvoedster en onderwijzeres, is rond 1940 stilletjes verdwenen. Gouvernantes hadden het vaak niet makkelijk: hun positie was halfslachtig en soms eenzaam. Tegelijk konden ze veel betekenen in de levens van ‘hun’ kinderen.

Er lopen nog heel wat mensen rond met zo’n gouvernante in hun eigen herinnering – maar in de twintigste eeuw was het woord zelf in Nederland ongebruikelijk geworden. Je had een juffrouw (als het een Nederlandse was), of een mademoiselle (die was dan Frans of Zwitsers). Mijn vader, geboren in 1925, had een juffrouw. En wij, mijn broertjes en ik? Er was een Els, en daarna een Bep, zo tussen 1956 en 1959. Pas nu ik het navraag bij mijn moeder, hoor ik dat dat helemaal geen juffies waren, maar hulpen in de huishouding – en ik dacht dat ze er voor ons waren!

Omstreeks 1960 kwam Colette uit Zwitserland bij ons wonen. Ze was mooi, ze was lief en ze was au pair – de moderne tijd was aangebroken. Het is raar hoe helder en onbetekenend mijn herinneringen zijn aan haar en eerdere tijdelijke huisgenoten: dingen die je als kind opmerkt en om duistere redenen nooit meer vergeet. Bep had soms een staartje, soms twee. Ze ‘wist niet wat ze met haar haar moest doen’, hoorde ik mijn moeder zeggen. En Colette, met haar elegant opgestoken haar, had tevens gezellige donkere bosjes in haar oksels, die je zag als ze een zomerjurk aan had. Waarom weet ik dat nu nog?