Een van de merkwaardigste dilemma’s van de streng-protestantse kerken ligt bij de muziek. Muziek is moreel verdacht in orthodoxe ogen (hoe zouden rechtzinnige moslims daar eigenlijk over denken?) – maar in de kerk moet natuurlijk gezongen worden. De oplossing in de Nederlandse bible belt is, zo a-ritmisch mogelijk te zingen, en alleen maar psalmen. Die zijn immers door de Heer zelf gegeven.
Ik was vandaag in zo’n kerk en maakte het voor het eerst mee, het trage zingen op hele tonen, met het grote orgel dat de gelovigen omzichtig begeleidt. Mooi klonk het niet, en ik had te doen met de organist, die toch iets muzikaals in zijn gemoed moet hebben – maar als dat zo is, wist hij het goed te verbergen.
De dienst duurde lang. Verderop in het stadje, in de katholieke kerk, was de mis later begonnen en dus kon ik daar na afloop nog even binnenlopen. Er klonk echte muziek: een vrouwenkoor zong over de Sterre der Zee. Ook brandden er gezellige kaarsjes. De dominees onder mijn voorvaderen zouden zich in hun graf omdraaien, maar ik dacht: leve Rome.