Het was warm en de columnisten schreven weer eens over bloot op straat: ik telde er drie in twee dagen, allemaal in NRC Handelsblad. Maar ik kan het niet helpen, mij houdt het ook bezig, sinds ik vorige week een bezoekster in het Rijksmuseum min of meer in haar ondergoed zag lopen – een broekje en een hemdje. Toen vroeg ik me af: zouden ze bij het Rijks een beleid hebben, afgesproken grenzen? Zou een bikini ook mogen? Een ontbloot bovenlijf denk ik niet, van welke kunne dan ook.
Het is raar dat je erdoor gebiologeerd raakt, maar dat gebeurt gauw: lelijke kleren zijn nu eenmaal veel gemakkelijker te negeren dan lelijke naaktheid. De afgelopen dagen was ik op het water, waar vooral de ontblote mannentors veel opgeld doet, in de meest afschrikwekkende vormen: met dikke bossen grijs pluishaar er op, of royaal over het broekje hangende buik. Het is zo gewoon geworden, dat netjes bedekte bootjesmensen je opvallen: ha, een overhemd!
Dat laatste is, als het een beetje wil, dan gecombineerd met een verschijnsel dat eigenlijk een apart ilogje verdient: een rode broek. Die zie je al sinds een jaar of vijftien, twintig op een bepaald soort dure meneren. Terwijl ik dit schrijf bedenk ik dat Ralph Lauren er misschien mee is begonnen. Er moet een reden zijn, en ik zou hem dolgraag willen weten: waarom dragen corpsballen in hun vrije tijd toch zo graag rozerode broeken?