James Abbott McNeill Whistler, Harmony in Grey and Green: Miss Cicely Alexander (1872-4) Tate Gallery, London.
Het was stil, maandagochtend bij James Whistler in het Van Goghmuseum: verrassend, in een van Nederlands allerdrukste musea. En omdat Whistlers schilderijen ook iets stils hebben, werd het een welhaast louterend tentoonstellingsbezoek. Die stille, vegerige gezichten op de Theems – of soms op ander water – zijn prachtig, vooral als er licht in zit. Wonderlijk ook dat iemand zo schilderde, toen!
Vrolijk werd ik van het portret uit 1872-1874 van Cicely Alexander in haar witte kanten jurk. Het is een schilderij om helemaal af te grazen met je ogen. Ik kon niet genoeg krijgen van die doorschijnende witte mouw, die luchtige kanten laagjesrok, die muiskleurige sjerp met rozet om haar middel, de struisvogelveer op haar hoed, de margrietjes die nog net van rechts het schilderij in steken… En wat deed dat bergje lappen daar linksachter? Is dat een werkkiel van Whistler, die (zo vertelde Cicely later) ‘altijd een eind van zijn doek af stond, en er dan op af snelde’?
Zeventig keer schijnt Cicely voor dit portret te hebben moeten poseren, het arme kind. Elders op de tentoonstelling ligt een geschrift van Whistler waarin hij zegt: als je kunt zien hoe hard een kunstenaar heeft gewerkt – dan is het werk nog niet af. Geen spoor van inspanning mocht zichtbaar zijn op zijn schilderijen, vond hij, hoeveel arbeid er ook in zat. Dat is hem ook bij Cicely goed gelukt.