Italiaanse mamma’s die ’s nachts wakker liggen omdat hun dertigjarige zonen zo laat thuiskomen, Indiase mannen die languit op de stoep liggen te pitten, een achttiende-eeuwse Amerikaanse die slapend luidkeels preken houdt… over deze en andere onderwerpen heb ik de afgelopen dagen lezingen gehoord, en gediscussieerd. Lezer, we waren slaaponderzoekers onder elkaar. Of beter, vijftien slaaponderzoekers en één beddenhistorica (dat was ik).
In Wenen was een driedaagse workshop on sleep georganiseerd aan het Japanologisch instituut. Dat mag vreemd klinken, maar Japan heeft een heel speciale, eigen slaapcultuur waarin iedereen voortdurend dutjes doet en ’s nachts dicht bij elkaar slaapt, op futons. Het was leerzaam en gezellig, met een prettige dosis van de gekte die zo’n internationaal samenzijn nu eenmaal aankleeft. Alleen al de zestien verschillende soorten Engels die er te horen waren. ‘Thank you for reasoning,’ zo eindigde een van de Japanse spreeksters haar betoog. Niemand schoot in de lach. Natuurlijk niet: we reasonden ook heel wat af, tenslotte.