Ileen
Montijn

 

Zeebonk

17 oktober 2009

Hans in Pride of the Fleet, met Kathelijne

Hans in Pride of the Fleet, met Kathelijne

Hans Vandersmissen is dood, je begrijpt zoiets niet. Hij was 58. Maandag is het gebeurd, woensdag kwam het bericht, en de eerste dagen zag ik steeds het beeld van de Dood voor me: zo’n figuur in een donkere cape die stilletjes langsloopt, je ziet hem uit een ooghoek, en ineens grist hij iemand mee.

Hans was beroemd in zeilerskringen, vooral om de verhalen die hij schreef over tochten met zijn kleine tweemaster Pride of the Fleet, een Drascombe die hij in 1975 uit Engeland haalde en waarmee hij de Waddenzee en wijde omtrek bevoer. Hij was een rijzige man die iets deftigs had, en tegelijk de vleesgeworden excentriciteit, met een bulderende lach en radicale opvattingen, over zeilen, over militaire zaken – opvattingen waarmee ik het gloeiend oneens was, maar je voelde dat hij deugde, hoe zeg je dat.

Vandaag hebben we afscheid van hem genomen in de kerk van Witmarsum, zijn woonplaats. Het was het klassieke beeld van de dorpsbegrafenis, de zon scheen, herfstblaadjes dwarrelden op het kerkhof. Om de speeches kon regelmatig worden gelachen en er was mooie, echte muziek (Hans was behalve een zeebonk ook artistiek, muzikaal). Toen vrienden zijn kist naar buiten droegen vuurde iemand met een geweer twee saluutschoten af, wat een wens van de overledene schijnt te zijn geweest. De schoten klonken wat timide; kanonschoten waren meer iets voor Hans geweest.