Het Amsterdams Kamerkoor, c. 1998
Herrscher des Himmels, erhöre das Lallen… na twee zondagen repeteren komen stukjes van Bachs Weihnachtsoratorium steeds terug in mijn kop. Na de uitvoering in de Geertekerk (Utrecht, 19/12, half zeven, komt allen!) zal dat nog erger zijn, want dat is altijd zo. Adrenaline als kleefmiddel in het geheugen. Maar dan?
Ik ben ontheemd, qua koorzingen – ik heb het gedaan sinds mijn twaalfde, te beginnen met het kerkkoor, en daarna nooit lang niet gezongen, ondanks vele verhuizingen en een enkele tussentijdse wisseling. Een jaar geleden zei ik het Obrechtkoor vaarwel omdat O.L. Heer daar wel heel veel in de melk te brokken heeft – en nu weet ik het niet meer. Het Weihnachtsoratorium van Passieprojecten is leuk om te doen, maar natuurlijk geen ‘echt’ koor. Als je niet elke week zingt, zakt je stem helemaal weg, en mis je dat opgetogen-makende wat zingen nu eenmaal doet. Gisteren sprak ik een mevrouw van 86 die in een koor zit en ik dacht: verdorie. Ik weet al wat ik me voorneem voor het Nieuwe Jaar.