Ileen
Montijn

 

Zonder broek

17 november 2013

L.L. Boilly, De zanger Chenard als sansculotte (1792)

L.L. Boilly, De zanger Chenard als sansculotte (1792)

De Franse Revolutie was ook een strijd van de wol tegen de zijde, schreef Honoré de Balzac later. Hoe belangrijk kleding was in de roerige jaren rond (en vooral na) 1789, wordt me duidelijk bij het lezen van een prachtig boek van Valerie Steele over Parijs als modehoofdstad. Niet alleen wol tegen zijde, maar ook mutsen (liefst rode) tegen hoeden, klompen tegen schoenen – en niet te vergeten, werkmansbroeken tegen de elegante kniebroeken (culottes) met zijden kousen er onder, die heren van stand toen droegen. Sansculottes, kerels zonder broek, noemden die de revolutionairen schamper.

Wat de vrouwen betreft was er nooit eerder een tijd geweest waarin men zich zo schaamteloos decolleteerde, of kleedde in ijle, niets verhullende stoffen. Waarom? Uitgelatenheid? Ondergangsstemming? Dat er geen simpele antwoorden zijn maakt de vragen niet minder prangend.