Het taaie ongerief van iets áán te moeten wordt wel erger met deze temperaturen. Dat ene polo’tje wil na een halve dag alweer vervangen worden; een onderjurk, die transpiratieplekken in je kleren zou kunnen voorkomen, is synthetisch en dus veel te plakkerig. Nieuwe kleren kopen is onmogelijk, want wie wil er nu in een pashokje? Ik herinner me ineens de verbluffendste, meest hilarische uitspraak die mijn eigen moeder ooit gedaan heeft toen mijn broertjes en ik nog op de achterbank zaten: o hemel, ik zweet dóór! Ik schiet er nog van in de lach.
Maar het ongerief blijft. Ineens krijgen de halfdoorschijnende, witte ruches-rokken waarin meisjes deze zomer in de provincie lopen (onderrokken zijn het welbeschouwd) iets plausibels. Maar veel mooier zijn de koele katoenen jurken die je soms langs ziet fietsen, opwaaiend over mooi-bruine benen. Waarom heb ik zulke jurken niet – en trouwens, zulke benen?