Okee, ik zal het dan toch maar vertellen. Gaatjes. Vorige week al, nadat ik maanden moed had verzameld. Het meisje bij juwelier Siebel dat ze erin ‘schoot’ was erg aardig, en al kan niemand beweren dat het géén pijn doet, erge pijn is het niet.
Wat die kleine gouden knopjes met je doen formuleerde mijn moeder onnavolgbaar toen we het over oorbellen hadden: ‘het kleedt zo’, zei ze.
Dus nu probeer ik maar niet te denken aan Adolf Loos (1870-1933), die in zijn beroemde artikel Ornament und Verbrechen uitlegde dat de voortgang van de beschaving het uitbannen van versiering betekent, allereerst van het menselijk lichaam. Papoea’s tatoeëren zich, schreef hij, en die weten niet beter; als moderne mensen dat doen is het een degeneratieverschijnsel, iets voor misdadigers. Adolf Loos was een pleitbezorger van de radicaal onversierde architectuur. Adolf Loos was gek. Ik denk bijna nooit aan hem.