Muziek
Het begint vaak ’s morgens om zeven uur al, en vanochtend was het lawaai wel heel bar: een putjesleegzuigauto onder mijn slaapkamerraam. Op andere ochtenden rijden vuilnisauto’s door de straat, glasbakleegauto’s, straatveegauto’s, wat al niet: zo voel je dat je in de grote stad woont. Ik probeer door te slapen, doe zonodig het raam dicht – en word niet boos.
Laatst, op een stille zaterdagochtend, toen we met het bootje de sluis bij Kornwerd hadden verlaten richting Wadden, werd ik wel boos over wat objectief gezien een klein geluid was. Maar het was popmuziek, kilometers uit de kust nog duidelijk hoorbaar. Kennelijk werd hij versterkt met gigantische boxen. De ochtendstilte op zee werd erdoor vernield, en eens te meer droomde ik van mijn eenvoudige doch bikkelharde wet, geheel analoog aan de pornografieregel (zie ilog 15 september): geen versterkte muziek in de buitenlucht. Nimmer, nooit. Wat mensen zichzelf en elkaar binnenshuis aandoen moeten ze zelf weten. Maar buiten wordt voor eigen plezier versterkt lawaai domweg verboden, ook geluid dat van binnen naar buiten lekt. Wat zou dat een rust geven.