Veel mensen zijn erg voor vrijheid van meningsuiting – een groot goed in de democratie, immers – zoals ze ook tegen de doodstraf zijn. Tuurlijk. Alleen als iemand iets héél ergs zegt, of mensen diep grieft, tsja, dan kan dat natuurlijk niet. (En in het geval van de doodstraf: voor héél speciale gevallen, kindermoordenaars zeg maar, moet een uitzondering worden gemaakt.)
Gek: ze begrijpen niet dat het hele erge juist de toetssteen van het principe is. Het is geen kunst om alle vrijheid te gunnen aan nette, gematigde medemensen! Nee, de gekken, de engerds, die moet je óók laten razen. Eigenlijk vind ik dat vrijheid van meningsuiting onbeperkt moet zijn, inclusief ‘haatzaaien’, en zeker inclusief holocaust-ontkennen en godslasteren. Maar ik durf het tegenwoordig nauwelijks meer hardop te zeggen, en ik twijfel er zelfs aan, van dat ‘haatzaaien’ dan. Is dat nou zelfcensuur?