Tweestrijd onder feministen. Wie is er echt bevrijd? De vrouw die zelfstandig is doordat zij werkt, en in haar eigen levensonderhoud kan voorzien (een verbijsterend laag percentage van de Nederlandse vrouwen verdient daarvoor ook maar enigszins genoeg) – of zij die kiest om bij haar kinderen te zijn, een huis te bestieren en (grotendeels) te leven van het inkomen van haar man? De feministe die een generatie geleden het laatste zou hebben bepleit zou door haar zusters zijn onthoofd. Nu wordt die keuze weer hardop verdedigd. Wat nou, MOETEN werken als het niet nodig is? Vrijheid gaat toch boven alles?
Ik vind het moeilijk. We zijn verwend — wij, ontwikkelde, welvarende vrouwen met onze vrijheid. Er zijn massa’s vrouwen die nog moeten vechten om de keus te krijgen, en die door hun families thuis dom en onzelfstandig worden gehouden. Maar moeten wij dan, voor hun…? Ik weet het niet. Uiteindelijk loopt de emancipatie steeds maar stuk op het feit dat vrouwen makkelijker solidair zijn met hun mannen, hun families, dan met hun verre ‘zusters’. Maar dan wordt ‘doen wat je hart je ingeeft’ ineens toch een twijfelachtige keus.