Gentleman's dressing case, c. 1910
Tassen, hoezen, omhulsels, foedralen, Walter Benjamin is er altijd door gefascineerd gebleven. Hij heeft in zijn Passagen-werk beschreven hoe in het 19de-eeuwse burger-interieur alles verstopt werd door iets anders, tot de stoelpoten toe, verhuld door gordijntjes. Als je erop let, lees je het ook in oude boeken: of het nu een breiwerk, een nachthemd of een diadeem was, voor alles was een hoes. En je kunt dat overdreven vinden, het is tegelijk fijn, iets dat knus is opgeborgen in zijn eigen vakje. Het mooiste zijn necessaires. Er staat een schitterend exemplaar in het boek van Tassenmuseum Hendrikje, dat gisteren zomaar in mijn schoot viel. Een Engels reisnecessaire van c. 1910 – twee kopjes, een theepot, een flacon, dozen… alles wat een gentleman nodig had in de barre buitenwereld, eigenlijk.