In de Volkskrant van gisteren vertelt Ulli d’Oliveira hoe de advocaat Nino Kotting in de oorlog honderden mensen voor de gaskamers heeft behoed door zorgvuldig bewijzen te fabriceren dat deze Portugese joden helemaal geen joden waren. Bewezen werd onder meer dat d’Oliveira’s tante Els een buitenechtelijk kind was. Zo werden de Duitse rassenwetten met hun eigen middelen en langs bureaucratische weg verslagen – heel ingewikkeld, maar godlof effectief.
Vreemd genoeg zijn er mensen die dit verkeerd, althans op het randje vinden. Alsof je niet àlles zou verloochenen als je leven in gevaar is, alsof een advocaat niet zou mogen liegen en bedriegen tegenover onmenselijke wetten. Recht gaat boven de wet, waar fatsoenlijke mensen zijn. Kotting heeft onlangs posthuum de Yad Vashem-onderscheiding gekregen voor zijn onverschrokkenheid. – Bij het stuk staat een prachtige foto uit 1942 van Elsa Jessurun d’Oliveira, heel klein in een zee van bloemen. Hij is gemaakt na haar promotie, denkt de familie – een van de laatste twee ‘joodse’ promoties in Amsterdam. Elsa werd na de oorlog een prominente, schrijvende huisarts.