Ileen
Montijn

 

Herkenningswaan

1 juni 2007

Groepsfoto in de Beurs van Berlage, 1907

Groepsfoto in de Beurs van Berlage, 1907

Herkenningswaan, ik heb herkenningswaan. Latent al heel lang, maar vorige week, op een feestelijke bijeenkomst, bleek de kwaal ineens virulent. Twéé mensen heb ik aangesproken, zeker wetend dat zij iemand (elk een ander iemand, een vrouw en een man) waren die ik – uit de verte – kende. Ze waren het geen van beiden. Wat is dat? Ik ben juist niet zo goed in mensen herkennen. Misschien is dit dan overcompensatie. Dom, want als ze het waren hadden ze mij wel herkend, maar ze keken glazig langs me heen. Enfin, met de tweede (Jan, heette hij) had ik toen nog een aardig gesprekje. Hij had dat woord voor mijn kwaal, herkenningswaan. Niet de eerste de beste, die Jan. Misschien kom ik hem nog eens tegen. Dan zal mijn verwarring misschien nog veel groter zijn, omdat ik dan als het ware twee mensen tegelijk tegenkom. Maar een ding weet ik zeker: als hij glazig langs mij heen kijkt, geef ik geen krimp.