Carry van Bruggen (1881-1932)
Carry van Bruggen beschrijft in een boekje uit 1921, Een Indisch huwelijk, hoe de pedante Bartels aan een dame vertelt waarop zij moet letten, als ze in de laatste aflevering van de Studio naar die oude Japanse tekeningen kijkt. Op de derde prent, rechts boven, staat een héél klein kinderkopje, half-verscholen: eenvoudig subliem… En dan: Bartels zag altijd op een tekening of schilderij datgene wat ‘bijna niet te zien’ was en vond dat dan ’t mooist van alles, zooals hij in een boek of een vers juist die bladzij of regel ‘verdomd knap’ of, bij dames, ‘ongelooflijk mooi’ noemde, waaraan geen mensch iets bijzonders opgemerkt had. – Grappig en herkenbaar is dat (op het gevaar af dat ik hiermee zelf iets pedants zeg over een novelle die verder vol zit met broeierige emotie).