Limited-Unlimited, Museum Boijmans van Beuningen
De tweelingbroers Pieck, Anton en Henri (*1895), staan in de belangstelling: er is een boek over ze verschenen met de treffende titel Twee broers, drie levens – Henri leidde immers een dubbelleven als communistisch spion – en aan Anton is in Haarlem een tentoonstelling gewijd.
Maar er blijkt nog een Pieck te zijn, Han, Henri’s zoon. In Rotterdam kwam ik gisteren een stoel tegen naar zijn ontwerp. Hij is van gebogen hout, heel modern voor… wat was het, 1948 geloof ik. De stoel heet Bambi. – Ze hadden iets met hertjes in die tijd. Op de tentoonstelling waar hij staat, Limited-Unlimited in Museum Boijmans (een overzicht van Nederlandse vormgeving 1900-2000) hangt achter Piecks stoel ook nog een lap met hertjes-stof. Meestervervalser Han van Meegeren hield er ook van. Met de hertjes-tekeningen die hij vanaf 1923 maakte had hij veel succes; reproducties ervan sierden talloze Hollandse huiskamers.
Had dat allemaal te maken met het succes van het boek Bambi, ein Leben im Walde (1923) van de Oostenrijker Felix Salten? Dat is in 1928 vertaald door Whittaker Chambers, een Amerikaanse journalist die toen communist was, en bij de Daily Worker niet genoeg verdiende. Eigenlijk was Bambi een ree, een reebok om precies te zijn. In Walt Disneys tekenfilm van 1942 werd hij een hert, omdat in Noordamerika geen reeën bestaan. Sindsdien zijn alle Duitse kinderen in verwarring over herten, die geweien dragen, en reeën, die dat niet doen; net als veel Nederlanders vermoed ik. En ik begin te twijfelen of die hertjes van Van Meegeren wel hertjes zijn… Het is soms heel ingewikkeld, geschiedenis.