Wies Belinfante, De bloem der natie, ets (detail)
Paranimf, zie je wel, nu ik het opzoek in het Woordenboek der Nederlandse Taal blijkt het toch gewoon ‘bruidsmeisje’ (of -jonker) in het Grieks te betekenen. ’t Kon ook niet anders: een academische promotie is zoiets als een trouwplechtigheid in je eentje… Gisteren was ik in Rotterdam paranimf voor mijn schoonzuster, Annemiek Stoopendaal. Ze is nu op reis (zoiets als een huwelijksreis, maar dan met haar gezin) om uit te blazen na de zware voorbereidingen en de Grote Dag.
De voorzitter van de promotieplechtigheid was professor dr. Carel Verwoerd, emeritus decaan van de medische faculteit, die zijn rol op beminnelijke wijze speelde. De promovenda verdedigde met verve haar proefschrift Zorg met afstand – betrokken bestuur in grootschalige zorginstellingen, iedereen was tevreden en ’s avonds was het feest.
En toch is zo’n promotie iets geks, want het is geen examen, maar ook niet helemaal een formaliteit. Je hebt onder hooggeleerd toezicht lang geploeterd op een proefschrift, dat uiteindelijk wordt goedgekeurd. Hoera! En dan, vlak voor het uitreiken van de bul, krijg je nog een stel nagekomen vragen van andere geleerden, die uiterst ongemakkelijk kunnen zijn, en die je in het openbaar, in feestpak moet beantwoorden, terwijl de drankjes voor de receptie al klaar staan. Reina van Ditzhuyzen, die gaat promoveren op promoveren, schrijft in het jongste nummer van NRC’s M-magazine dat promoties al sinds eeuwen in heel Europa heen en weer stuiteren tussen puur ceremonieel en een echt examen – maar volgens mij zou het toch beter zijn om te kiezen.