Ileen
Montijn

 

Overheidskunst

12 september 2009

De koningin bekijkt het beeld tijdens de opening, mei 2009

De koningin bekijkt het beeld tijdens de opening, mei 2009

De overheid als opdrachtgever, daarover is de laatste tijd veel discussie. Dat moet weer meer, en dan moet de overheid ook duidelijk zeggen hoe het moet – of juist niet, vinden anderen. Ik vrees dat het geen enkel verschil maakt. De overheid heeft namelijk geen smaak. Niet in de neutrale, zeg maar Thorbeckiaanse zin, nee, het is veel erger: de overheid geeft de voorkeur aan slechte, platte kunst. Die kan zij beter begrijpen.

In Amersfoort staat het nieuwe gebouw van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is iets enorms, waar monumentenzorg, archeologen en de prille dienst voor het ‘cultuurlandschap’ voortaan samen wonen – een miljoenenproject. Spaanse architect, heel veel glas en hooggespannen ambtelijke bedoelingen.

Er moest ook kunst in, dat spreekt. De Rijksgebouwendienst zocht een kunstenaar, en die zette in de lichte hal iets neer, een glimmend verguld beeld dat niet zomaar lelijk is, maar van een diepe, pijnlijke klunzigheid. Een samenstel van menselijke figuren (afgegoten van echte mensen, vertelde iemand die mij er rondleidde enthousiast) en verdrietig makende spullen – een volle vuilniszak in goud (knipoog: omdat archeologen het afval van onze voorouders onderzoeken) – een vergulde slang van plastic koffiebekers (grapje: omdat ambtenaren nu eenmaal veel vergaderen) – het geheel vagelijk in de vorm van de Laocoöngroep (cultuur!). En niemand, niemand die heeft durven zeggen: bah. Wat een armoedige ideetjes, wat een vormeloos, wansmakelijk geval.

Hoe zou je zoiets moeten voorkomen? Ik weet het niet. Misschien hadden ze gewoon één niet al te zweverige kunstbons (Wim van Krimpen? Kees van Twist?) moeten vragen iets uit te kiezen. De uitkomst was allicht iets beters geweest dan dit werk, waarvoor een commissie, zoals de Rijksgebouwendienst meldt, een complexe omweg via opdrachten en/of bijna opdrachten aan meerdere kunstenaars aflegde. Maar ja, misschien ook niet. En we moeten maar denken: het had ook nog erger kunnen zijn. Een berg echte, volle vuilniszakken bijvoorbeeld.