Ileen
Montijn

 

Koekelorium

21 oktober 2009

Rijksmuseum, Amsterdam

Rijksmuseum, Amsterdam

Abram de Swaan heeft ontdekt dat het verdorie nog steeds niet is afgelopen met het dictaat van het modernisme (NRC Handelsblad, Opinie & Debat 17/10/2009, blz. 4-5). Nu iedereen die wel eens over zoiets nadenkt tot diezelfde conclusie is gekomen, zet hij zich af tegen het al ruim een eeuw heersende verbod op het versieren van gebouwen en voorwerpen. (Nou ja, met één uitzondering: tegen de ‘wangedrochten’ van Pierre Cuypers, bouwmeester van het Rijksmuseum en het Centraal Station, was, zo begrijpt de lezer, een verbod wel op zijn plaats geweest. Het Rijks vindt hij, met een komische antipapistische uitschieter, zelfs een ’toffelemoons koekelorium’.)

Aan het eind van zijn betoog noemt De Swaan de vraag waaròm het versier-verbod zo hardnekkig was (en is) ‘een klein raadsel dat de ontwerpers zelf nog het best kunnen oplossen’. Hè? Is dat niet vreemd: een beschouwing over een cultuurhistorisch vraagstuk van de eerste orde besluiten door diezelfde kwestie meteen weer te bagatelliseren? Dat doet alleen iemand die eigenlijk van toeten noch blazen weet.