Jacob Slagter als dirigent
In Preludium, het programmablad van het Concertgebouw en het bijbehorende Orkest, lees ik eigenlijk nooit. Zonde, maar zo gaat dat met al dat papier in huis. Toevallig sloeg ik onlangs het nieuwe nummer open. Daarin staat onder meer een gesprek van Henriëtte Posthuma de Boer met Jacob Slagter, eerste solo-hoornist, die na 25 jaar het Concertgebouworkest verlaat. Hij wil zich meer gaan toeleggen op dirigeren.
Wat me aangreep, is dat hij uitgebreid vertelt over de zenuwen die hem altijd, voor elk optreden, hebben geplaagd. Het werd met de jaren alleen maar erger. Nu is de hoorn een notoir moeilijk instrument; juist de eerste inzet kan heel makkelijk mis gaan. Maar dat Slagter – een topmusicus! – er zo openhartig over spreekt is wel heel bijzonder. Plankenkoorts is toch een soort taboe-onderwerp onder ‘professionals’, terwijl het een allesoverheersende verschrikking kan zijn.
Ik heb er laatst last van gehad, toen ik was gevraagd om in een tv-panel over kunst en cultuur te spreken. U heb dat niet gezien, lezer, gelukkig maar… ik ook niet, want ik heb het nog steeds niet durven terugkijken. Idioot, jazeker, zo erg kan het niet geweest zijn. Maar ik kon makkelijk besluiten om de volgende keer lekker niet mee te doen. En voor lezingen heb ik het nauwelijks, godlof: daar heb ik alles meer zelf in de hand. Maar je zult het maar hebben, terwijl het je beroep is! Muziek, kunst, het zijn prachtige dingen – maar wie denkt dat het voor de makers allemaal rozengeur en maneschijn is, vergist zich.