Goldener Saal im Musikverein, Wenen
Het Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker wordt in meer dan zeventig landen op de tv uitgezonden. Ik zag er onlangs een stukje van: wat een vrolijkheid, wat leuk dat ze met de Fledermaus-ouverture beginnen, en wat spelen ze die mooi – André Rieu is er niets bij. Ik was blij dat ik de muziek van Johann Strauss nu gewoon mooi mag vinden van mezelf, en stelde vast dat ik weliswaar geen voorliefde heb voor baljurken en Weense glamour – maar dat het jammer zou zijn als het allemaal niet meer bestond.
Voor dit logje zocht ik even de geschiedenis van het Weense Nieuwjaarsconcert op – en kreeg toch weer het lid op de neus. Je zult het altijd zien met die Weners. De traditie, zo vertelt Wikipedia, is begonnen als Oudejaarsconcert in 1939, toen Oostenrijk deel was van het Duitse Rijk. De ‘vader’ van het Nieuwjaarsconcert (wat het een jaar later werd) was Clemens Krauss. Deze prominente dirigent uit de nazitijd kreeg in 1945 een beroepsverbod, maar kon gelukkig in 1947 weer aan de slag, en heeft de traditie tot zijn dood in 1954 voortgezet.
Ach ja, ’t is allemaal lang geleden. Er is niets tegen de muziek van Johann Strauss. En dat de generale repetitie van het Nieuwjaarsconcert op 30 december vanouds speciaal voor het Oostenrijkse leger wordt gespeeld, het moet kunnen. En toch vind ik het allemaal ineens minder leuk.