Ileen
Montijn

 

Lesje economie

30 juli 2010

Illustratie: Wynn, uit From Deauville to Monte Carlo (1929)

Illustratie: Wynn, uit From Deauville to Monte Carlo (1929)

In Parijs, zo schrijft Basil Woon in 1929, op het toppunt van de gay twenties, is honderd francs honderd francs. Niet veel, maar genoeg om een goede maaltijd te kopen, een min of meer fatsoenlijk overhemd of een kamer in een bescheiden hotel.

In Deauville daarentegen is honderd francs een fiche (hij bedoelt: in het Casino). Een klein fiche, dat zo uit je hand vliegt: weg is het. De sfeer van careless prodigality – onbezorgde verkwisting – is daar verbijsterend; maar het went heel snel.

Ik blijf haken bij die honderd francs. Wat zou een goed equivalent zijn anno 2010 in Amsterdam? Vijftig euro, denk ik. Een maaltijd in een restaurant, een overhemd: het kan goedkoper, maar Basil Woon is een man van de wereld. En ik weet niet hoe ze in het casino tegen een fiche van 50 euro aankijken, maar het zou best eens kunnen kloppen.

Alleen een hotelkamer vind je daar niet voor. Hotelkamers zijn dus veel sneller duurder geworden dan kleding en eten. Maar die kun je dan ook niet uit het buitenland importeren: ziedaar de global economy in een notedop.