Tekening Nico Heijligers (2012)
Waar een mens allemaal op geabonneerd is. Al dat papier, drie dagbladen en nog veel meer – maar vreemd genoeg is het, in deze hectische tijd vlak voordat mijn boek echt gedrukt gaat worden, makkelijker om een periodiek te lezen dan een heel boek.
Neem Hollands Maandblad. Gisteren kwam het maartnummer, het maakte mijn avond goed. Bastiaan Bommeljé, de redacteur, moppert (zoals iedere maand) een verstandige en onderhoudende bladzij editorial vol over de beschaving: een goed begin. Daarna volgt een ‘Brief aan Vader’ van Maarten Biesheuvel, en dat is heel andere koffie. Het is een de profundis dat je naar de keel grijpt en niet meer loslaat, geschreven met hartenbloed. Wanhopig en prachtig. Na zoiets wil je eigenlijk helemaal niets meer lezen. Maar verderop in HM staat een verhaal van Philip Huff, ‘De kamer’, dat mij toch naar binnen trok – hij kan echt schrijven, die jonge Huff. Er staat nog een dozijn andere dingen in het blad, plus mooie, zachte tekeningen, gemaakt door Nico Heijligers: wacht, ik zet een plaatje hier onder.
En dat komt allemaal maar zo je huis in, voor nauwelijks zes euro per nummer. Vanavond ga ik gedichten van Leo Vroman en Wim Brands lezen, een stuk over China, en brieven van John Peereboom en Beatrijs Ritsema. Stress, where is thy sting?