Bron: Erks Deutscher Liederschatz, c. 1910
Op de radio werd het derde strijkkwartet van Johannes van Bree (1801-1857) aangekondigd – nu ja, een deel eruit, want complete stukken zijn zeldzaam bij Radio 4. Het heette air russe – maar wat klonk daar uit mijn beduimelde keukenradiootje? De Rode sarafaan, die ik ken uit Erks Deutscher Liederschatz, een dikke bundel für eine Singstimme mit Pianofortebegleitung die ik erfde van mijn grootmoeder. ‘Näh nicht, liebes Mütterlein, am roten Sarafan…’
Het is een Russisch liedje, even sentimenteel als melodieus, dat tot in de twintigste eeuw geliefd moet zijn geweest in veel Europese huiskamers waar een piano of harmonium stond. Een sarafaan is een traditionele Russische feestjurk, een soort overgooier. De tekst is een dialoog tussen een meisje en haar moedertje, dat haar ogen bederft en haar vingers krom werkt bij het naaien van een sarafaan voor haar dochter – maar ze doet het graag, want als zij haar kind ziet dansen voelt zij zich zelf ook weer jong.
Bij de vele versies op Youtube – waaronder een van het Koor van het Rode Leger zelf – is helaas niet die van Van Bree. Maar dat gemis wordt goedgemaakt door de Sarafaan, vertolkt door John Woodhouse en Gerrie Verhoutert, respectievelijk accordeonist en kunstfluiter – heel bijzonder.