Voor het eerst de Nederlandse Vogue gekocht. Mijn trek in glossies is de laatste jaren dramatisch afgenomen. Vroeger was het een tractatie, zo nu en dan een Tatler of een Elle Décoration… lezer, ik taal er niet meer naar.
Toch was die Vogue eigenlijk wel lekker. Schaamteloos chic en duur: enkellaarsjes die pardoes 4300 euro kosten (lelijke laarsjes, dus niks aan de hand) en een fijne jas waarvan de p.o.a. blijkt te zijn, een frustrerend gebruik dat ik alleen ken uit de kunst- en de huizenhandel. En een paar artikelen die ik best wilde lezen.
De Vogue heeft deze maand een hoog adelsgehalte, dus mijn belangstelling was ook beroepsmatig. Op het omslag staat jonkvrouw Saskia de Brauw, topmodel. Natuurlijk is ze mooi, alleen laten ze haar altijd raar kijken, met haar mond open. Ze is trouwens 31, stokoud voor een model: dat is, in het kader van het anti-ageism, ook mooi.
Achterin staat een bijdrage van Marjolijn barones van Heemstra, schrijfster van De laatste Aedema, over hoe het is om van adel te zijn (what else?), met daarbij een paar prachtige foto’s van Emilie Hudig, die hier eerder ter sprake kwam. Het oude en het nieuwe kunnen niet zonder elkaar, besluit Marjolijn – en daarin heeft ze helemaal gelijk.