Vrouwenkimono, zijde, 1920-1940, Rijksmuseum (detail)
Mijn grootmoeder noemde een gewone, Hollandse kamerjas van badstof een kimono. Ik heb nooit geweten of het kwam door haar jeugd in Nederlands-Indië, of dat dat in haar generatie normaal spraakgebruik was.
Er is een prachtig nummer van Kunstschrift verschenen over de verhouding tussen Nederland en Japan, waarin het ook gaat over kimono’s; mijn vraagje wordt niet beantwoord, maar de verhalen stemden me zeer tevreden – en de afbeeldingen deden me zuchten van geluk. Waarom is dat zo mooi, die Japanse lappen, patronen? De kimono waarvan hieronder een stukje te zien is, is uit de collectie van het Rijksmuseum. Hij is nota bene beïnvloed door de Westerse art deco-stijl; het is een prêt-à-porter kimono, zoals die zeer populair werden na de verwoestende aardbeving in Tokio van 1923.
De betrekkingen tussen Japan en het Westen hebben altijd een bitterzoete inslag gehad – denk maar aan die arme Madame Butterfly – en die gemengde gevoelens komen in dit Kunstschrift vaak ter sprake. Maar ook onverwachte dingen: zoals de wonderlijke Japanse (19de-eeuwse) voorkeur voor ingekleurde foto’s, een genre waar in het Westen op werd neergekeken. Enfin, te veel om uit te leggen en te vertellen; zoek het zelf op, lees het en word blij.