Ileen
Montijn

 

Aletta Jacobs

26 augustus 2026

Aletta Jacobs in 1882 'met een harer patientjes', volgens het bijschrift in haar Herinneringen.

Aletta Jacobs in 1882 'met een harer patientjes', volgens het bijschrift in haar Herinneringen.

Naaien is een prachtig, onderschat vak en een heerlijk tijdverdrijf. Wie dat ook vond was… Aletta Jacobs (1854-1929). Het feministische boegbeeld, Nederlands eerste dokteres (tevens pacifiste, en fel bestrijdster van prostitutie) hield van naaien.
     Ze schrijft erover in haar Herinneringen uit 1924. Als achtste kind in een doktersgezin in Sappemeer werd zij liberaal opgevoed. Als kind ging zij al poppenkleertjes naaien, en ook hoedjes en zelfs schoentjes. Ze kon ook borduren, maakte kant van doorgestopte tule en frivolité kraagjes.
     Poppenkleren bleven levenslang haar hobby, maar uit noodzaak naaide zij ook lang haar eigen jurken. Toen zij, net zeventien, toestemming kreeg om medicijnen te gaan studeren stelde haar moeder als voorwaarde dat zij zelf een geschikte jurk zou maken – ze had twee weken. ‘Als een kind met korte rokken, kon ik onmogelijk op de collegebanken plaats nemen. Voor het geld dat vader mij ter hand stelde, kocht ik een lap zwart laken en daaruit werd een rechte, stijve jurk geknipt, zoo simpel mogelijk, zonder eenige garneering, hoewel de mode in die dagen crinolines en strooken voorschreef.’
     In 1880 komt voor het eerst haar bewonderaar, later echtgenoot, Victor Gerritsen op bezoek. Zij is dan al arts, en zit samen met haar zusje te handwerken. Als hij zich daarover verwondert, vertelt Aletta dat ook de japonnen die zij beiden droegen, zelf gemaakt waren – maar dat als ze genoeg verdiende, zij dat werk aan ‘meer bevoegden’ zou opdragen.