Hij was een gezochte portrettist en veelbewonderd schilder. Talloze prominenten in binnen- en buitenland lieten zich door hem vereeuwigen: Sarah Bernhard, Benito Mussolini, Anna Pavlova, Willem Mengelberg, de Engelse koningin en niet minder dan drie pausen (Pius X, Benedictus XV en Pius XI). Aan het eind van zijn leven echter was hij volkomen vergeten, nee erger: verguisd.
Zijn belangrijkste fout was niet zijn nogal beperkte talent – daar had hij toch allerlei aardigs mee weten te doen – maar dat hij niet ophield toen hij het niet meer kon. De dikke catalogus van zijn werk die in 2007 verscheen (en die momenteel in de ramsj ligt) laat genadeloos zien dat Antoon van Welie na zijn vijfenzestigste echt alleen nog maar lelijks voortbracht. Toch ging hij nog 25 jaar door met het maken van knullige portretten en religieuze kunst in afschuwelijke kleuren.
Het geeft te denken, in deze tijd van discussies over de pensioenleeftijd, waarin je kunstenaars soms monter hoort verklaren dat die voor hen natuurlijk niet geldt. Nee nee, natuurlijk niet – maar soms zou er iemand moeten zijn die roept: houd op!