Detail van een amazonekostuum (c. 1826) in de YSL-zaal op de tentoonstelling Catwalk, Rijksmuseum Amsterdam
De tentoonstelling Catwalk in het Rijks is prachtig; ik heb hem al drie keer bezocht en deed er iedere keer langer over. Je wilt er gewoon niet weg. Het is, zoals het hoort, vechten om de gouden stoeltjes bij de gladde metalen loopbrug waar jurken, pakjes en jassen van 1895 tot 1955 statig (en soms licht trillend, o wee) voor je ogen langs paraderen.
Het zijn maar zes zalen, maar wel 80 objecten, van de aanbiddelijke 18de- en 19de-eeuwse kinderkleren (dat kleuter-herenjasje!) in de eerste, tot de magistrale oude trouwjurken in de laatste. Er is een alleraardigst vouwblaadje, Catwalk close-up (mis het niet), waarin de aandacht wordt gevestigd op een twintigtal details zoals materialen, kleuren, knopen. Een film, een grappige videomontage en ja, er komt ook een boek, al is dat er nog even niet.
Ga het zien… en let dan maar niet te veel op de manier waarop de ‘Mondriaanjurk’ van Yves Saint Laurent (ik schreef er hier eerder over) als een soort apotheose wordt geëxposeerd – elk van de 25 stukken in diezelfde zaal is interessanter. De Mondriaanjurk hoort maar half bij de kostuumcollectie – het is een trofee van de afdeling 20ste eeuw, waaraan directeur Pijbes zoveel belang hecht. Daar is hij dan ook normaal gesproken te zien, de jurk bedoel ik, in de subdivisie 1950-2000. Die bevindt zich op zolder in van een van de grote torens van het museum; het is wel even zoeken.
Tijdelijk staat daar nu, in een vitrine nota bene, een pikant confectiejurkje van polyamide en elastaan, ontworpen door Marlies Dekkers. De verwerving van deze blotebillenjurk voor het museum was het gebaar waarmee Pijbes in 2008 zijn entree maakte als directeur. En eerlijk gezegd: geef me dan toch maar die Mondriaanjurk.