Er zwerft een boek door mijn huis waarin ik maar even hoef te bladeren om helemaal blij te worden: een boek over huizen in Engeland, of beter gezegd, de Britse eilanden. Huizen met roze of geel pleisterwerk, of van keitjes gemaakt (‘flint’), met daken van riet, van leisteen of pannen, vaak grote schoorstenen, een afdakje boven de voordeur – huizen met gezichten.
Het is moeilijk te omschrijven wat de intense Brits-heid ervan uitmaakt. Het vriendelijke, aantrekkelijke, menselijke ervan? Terwijl het toch in veel opzichten een rotland is, vol militarisme en bekrompenheid.
Maar alleen een Engelse auteur zou, in 1975 nota bene, zo’n boek hebben kunnen maken als dit, vol liefdevolle aandacht voor hoe al die huizen uit vijf eeuwen gebouwd zijn en waarom ze er zo uitzien, en niet anders. Het boek is nog steeds te koop, tweedehands, zelfs opBoekwinkeltjes.nl. (Die tweedehands boekensite meldde trouwens dat de boekenverkoop hier gestaag groeit: nog iets om blij van te worden.)