Ileen
Montijn

 

Nationale mode

28 januari 2014

Voorjaarskleeding, Hollandsche Kleederdragt, 1832

Voorjaarskleeding, Hollandsche Kleederdragt, 1832

In 1832 moesten nationale gevoelens nog worden opgekweekt – de Fransen waren vertrokken, de Belgen hadden zich losgemaakt, nu stonden we er alleen voor met onze Oranjevorst. Er vormde zich een comité dat pleitte voor een nationale klederdracht. Weg met de buitenlandse invloed, de dwingelandij van Parijs, die poel van verderf!

De nieuwe mode – voor dames en voor heren, niet voor het volk – moest smaakvol, duurzaam en goed warm zijn: hoeveel jonge meisjes waren in het verleden niet bezweken aan de neteldoekskoorts, door de kou van lichtzinnige katoentjes?

Grappig genoeg week de nieuwe dracht, zoals te zien in het tijdschrift Euphrosyne, nauwelijks af van wat de hogere standen toch al droegen (al deed het idee van een ’tunica’ vaag denken aan het jak, zoals Nederlandse vrouwen dat vroeger hadden gedragen).

De ‘Hollandsche Kleederdragt’ bleek niet meer dan een strovuurtje, in 1833 weer vergeten. Maar het is leuk om er even aan te denken in 2014, nu Nederlandse modeverslaggevers tevreden melden dat ‘onze’ ontwerpers meetellen in de internationale mode-scene.