De kredietcrisis is voor de meeste Nederlanders uitsluitend iets waarover op tv wordt gepraat, en waarover de kranten gretig berichten. Het is niet zo verbazend dat mensen zich ook dit jaar suf kopen aan games en ander speelgoed voor hun kinderen. De welhaast komisch brede kloof tussen hoe Nederlandse burgers de wereld zien (een zeer sombere toestand) en hun eigen tevredenheid spreekt al jaren uit iedere enquête.
In NRC Handelsblad van gisteren vergeleek mr. J.L. Heldring (91) de huidige crisis met die van de jaren dertig, toen hij een ‘bourgeoisjongetje’ was. Hij geeft toe dat hij zelf van de werkloosheid weinig merkte: alleen de mannen die aan de deur kwamen om steun (die deur hoorde bij een groot, deftig huis in Amsterdam), en die ’s winters je schaatsen ombonden. — Hè? Werklozen, zo vertwijfeld dat ze langs de ijsbaan wachtten op de gelegenheid om dure jongens en meisjes te helpen met het onderbinden van hun schaatsen, in de hoop op een dubbeltje fooi! Daar schemert iets door van hoe het is als het ècht erg is.