Ileen
Montijn

 

De dove pianostemmer

15 februari 2010

E. Albert, Recital (Coll. Simonis & Buunk, Ede)

E. Albert, Recital (Coll. Simonis & Buunk, Ede)

Goed kunnen horen en een goed (muzikaal) gehoor hebben, zijn twee verschillende dingen. Het eerste is eenvoudig vast te stellen, het tweede veel lastiger, al kan dat ook wel. Maar als ik zelf vind dat iemand de hele tijd vals zingt – zoals laatst weer, toen de radio een oratorium van Mendelssohn uitzond – twijfel ik tegelijk of ik dat wel goed hoor.

Toevallig lees ik vandaag een passage in een briefwisseling uit 1896 tussen een oude muziekmeester en een vroegere leerling van hem, nu rechter in Arnhem. Het gaat precies over deze kwestie. De muziekmeester, L. van Laar, verklaart dat een dove een zuiver muzikaal gehoor kan hebben terwijl iemand anders, die op grote afstand geluiden kan waarnemen, geheel van muzikaal gehoor verstoken kan zijn.

‘Ik heb in Batavia een pianostemmer gekend die zóó doof was, dat hij den knal van ’t kanon niet hoorde dat in zijn nabijheid werd afgevuurd; toch stemde niemand zoo zuiver als hij. Hij gebruikte als geleider een steenen pijp, legde den kop ervan op de piano, en hield het uiteinde der steel in den mond.’