Frank Gericke in 1919
Mijn grootvader Derk Hoek, alias Frank Gericke, heeft één gedichtenbundel gepubliceerd, in 1927: Conservatieve gedichten. De merkwaardige titel was een soort tegenhanger voor die van de bundel van zijn vriend Geerten Gossaert, Experimenten (1911). Die had succes en is vaak herdrukt, die van Opa nooit.
Marsman, een dichter van een heel andere soort, schreef een vernietigende recensie van Conservatieve gedichten in de NRC. Oubollige rijmelarij vond hij het – het leek op Gossaert, maar dan minder. Alleen in één gedicht had de dichter zichzelf overtroffen, een vers waarvoor Gossaert zich niet zou hoeven te schamen – het beste zou zijn als die dat nou in zijn volgende bundel opnam, dan kon deze Gericke verder zijn mond houden…
Gossaert kwam gelukkig op voor zijn vriend, hij schreef een tegenstuk waarin hij zei dat hij juist veel van Opa had geleerd, niet omgekeerd. Maar met Opa’s literaire roem is het nooit wat geworden. Een paar jaar geleden heb ik een lang stuk over hem geschreven in het blad de Parelduiker. Dat ene mooie gedicht, ‘Morgenbede’, staat er ook in. Het is conservatief, ja, maar ik vind het prachtig, en ik ben toch blij dat Marsman er ook iets in zag. En ach, Opa heeft heus nog wel een paar andere mooie dingen geschreven. Hoeveel goede gedichten moet iemand eigenlijk schrijven om een dichter te worden genoemd? (Mijn stuk is nu ook op deze website te lezen.)