Veilingfolder van de Marius
Morgen wordt de Marius geveild, de oude zeilboot van mijn schoonouders. Dierbaar bootje, 6,5 m lang maar. Tussen 1978 en 1983 hebben we er regelmatig met z’n vieren mee gevaren, de ‘oude Reves’ met de ‘jonge Reves’ (dat laatste waren wij). Onvoorstelbaar dicht op elkaar dus, op zo’n klein bootje. Maar – zoals bejaarden altijd zeggen over vroeger – je wist niet beter. We pasten er precies in.
Eigenlijk lag het voor de hand dat David en ik, het jonge paar, samen in de punt zouden slapen. Anderzijds wilde Karel altijd liefst zo snel mogelijk na het avondeten naar bed. Vader gaat in de zak, zei hij dan (een soort meligheid die ik altijd een beetje gênant vond van de schrijver en denker die ik zo bewonderde). In de punt lag hij niemand in de weg – en tegen dat het een wat normalere bedtijd was, kroop Moeder daar dan maar bij; zo kregen David en ik de comfortabeler (hoewel minder knusse) slaapplaatsen op de banken.
Silent gliss, stond ergens op de gordijnroetjes in de kajuit. Silent bliss, zei Karel een keer. Wat kun je toch een nietige herinneringetjes bewaren. Het woord ‘bakdekker’. Het talkpoeder op de bank aan stuurboord, waarop je de keuken tevoorschijn schoof, een polyester bak met een gasstelletje er in. Nu ligt de boot aan de Botermarkt in Leiden, tegenover antiquariaat AioloZ. Ik hoop dat er goed geld voor gegeven wordt, want dat komt ten goede aan het Verzameld Werk van de Oude Reve.