Boedapest, 1956
Avond aan avond, in kerken en culturele centra, in heel Amsterdam en ook elders in Nederland, worden debatavonden georganiseerd. Over minderheden en integratie, over de burger en de politiek, over cultuur en natuur en ouderen en onderwijs, over god mag weten wat allemaal verkondigen mensen voortdurend hun mening, in zalen waar niet eens meer gerookt mag worden.
Ik was vanavond op zo’n avond, het was in Felix Meritis, het ging over de Hongaarse opstand die vijftig jaar geleden door de Russen is neergeslagen. Ik ging omdat Vera Illès, dochter van Hongaarse vluchtelingen, er zou optreden. Zij las voor uit haar boek Kind van een andere tijd dat zojuist is herdrukt — een klein stukje, maar het was genoeg om zeker te weten hoe verstandig en goed geschreven dat hele boek is. Andere mensen lazen ook voor, maar veel saaier, iemand bleef almaar oreren over reconciliation, er was muziek tussendoor, de gespreksleider wist er geen sjeu of systeem in te brengen. Zo ging ik naar huis, zeker wetend dat je meer hebt aan een goed boek dan aan tien debatavonden. Stom: alsof ik dat niet allang wist!