Ileen
Montijn

 

Doopjurk

3 augustus 2026

In Later zul je dit lezen, mijn boek over babyboeken dat komend najaar verschijnt, gaat het ook over de doop, een mijlpaal in heel wat méér babylevens toen, tussen 1890 en 1960, dan in onze tijd. Denk ik. Aan die van mij is een bladzij gewijd in mijn eigen babyboek, compleet met handtekeningen van grootouders, ooms en tantes, en een fotootje van mijzelf in mijn beeldschone doopjurk.
     Doopjurken zijn net trouwjurken: wit, feestelijk, voorzien van kant, tule en satijn, kostbaar – en toch maar bedoeld voor één enkele, plechtige gelegenheid. (Tenzij ze ‘uit de familie’ zijn en al generaties worden doorgegeven natuurlijk, dat is het chicst.)
     Mijn doopjurk was voor mij gemaakt door mijn Belgische tante N., uit Antwerpen, staat in mijn babyboek. Zo lief! Omdat ik het zeldzame geluk heb dat mijn tante nog leeft – wat zeg ik, drie tantes, alle drie 100+ – kon ik tante N. bellen. Wist zij het nog, van die doopjurk van 74 jaar geleden?
     Zij wist het nog. Ze had hem gemaakt voor een ander kind, in een gezin waar zij een tijd had gewerkt, en toen zij vertrok had ze hem maar meegenomen. Ja, met die satijnen strik… Dus hij wás niet speciaal voor mij gemaakt! Een lesje voor de historicus: neem mooie verhalen met een korreltje zout; zelfs die in babyboeken. Of misschien juist die.