Ileen
Montijn

 

Douchen met Couperus

25 augustus 2009

Molkenboer, 1902

Molkenboer, 1902

Ik heb De boeken der kleine zielen uit. Bijna duizend bladzijden familiedrama in een verre, verre wereld vol regels en gebruiken die wij nu onzinnig vinden – en toch voelt het bij tijd en wijle alsof je naar een hele goede soap zit te kijken. Hoe Constance haar zwager Van Naghel voor het blok probeert te zetten: hij zal haar ontvangen, met alle egards (maar hij vertikt het). Of hoe Gerrit gek wordt, die sterke Gerrit, nadat hij een oude minnares opnieuw heeft ontmoet.

Tussendoor springt je soms ineens iets wonderlijk moderns tegemoet, vooral rond Henri van der Welcke, Constances zwakke echtgenoot. Die is bijvoorbeeld een verwoed fietser, soms gaat hij twee keer op een dag als een bezetene fietsen, om nare gedachten te verdrijven. Ook droomt hij van een auto. Zo’n kachel lijkt hem iets heerlijks, om nog harder mee te scheuren. Het is 1900, de eerste auto reed amper drie jaar tevoren Nederland in! Hij krijgt die auto niet, want zo rijk is hij nu ook weer niet. Maar als hij bezweet thuiskomt van het fietsen, gaat hij – onder de douche. Douche, staat er: niet stortbad of zo. In de badkamer is de douche. Net als bij ons. Het is niet te geloven.