Hij zei, laten we een eindje gaan lopen. Ik keek naar mijn voeten en zag dat ik schoenen aan had die ik helemaal niet kende, plat, moccasin-achtig, geen wandelschoenen. Het was niet erg, hij zou niet hard lopen… wie? Geen idee. Flarden van dromen die je beter zou willen kennen. Een boek kun je teruglezen, maar dromen zijn weg – en ze gaan over jezelf! Wie was die man? Dat mag ik toch wel weten – maar het is ongrijpbaar in mijn eigen hoofd.
Gisteravond zaten we aan een tafeltje in de bekende hoofdstedelijke kunstenaarssociëteit waar ik niet vaak, maar wel graag kom. Terwijl we het over de zeven hoofdzonden hadden – gulzigheid is de mijne, bekende ik – ging de deur open en kwam iemand met een rollator binnen. Niemand sloeg er acht op. Dat was geen droom, maar heel gewoon.