Er ligt een gans in mijn oven. Lekker ingesmeerd met fijngehakte peterselie, salie, rozemarijn en tijm (parsley, sage…) – en gevuld met stukken appel, broodkruim en nog veel meer van diezelfde kruiden. Wat goed! zegt u nu: ganzen worden afgeschoten, iemand moet ze toch eten. Maar helaas, zo simpel is het niet, want de poelier vertelde me desgevraagd dat wilde ganzen, als die nu al geschoten worden, gekeurd moeten worden voor ze verkocht mogen worden, en daar is niemand voor, zeker nu niet, want wild in juni, dat wil niet. Eén steenhard bevroren wild gansje had hij voor me, en dat wilde ik weer niet.
Toen hoorde ik mijzelf ineens vragen: en tamme gans? Nu, die kon hij natuurlijk leveren… en voor ik het wist zei ik: o leuk. Even later zat ik eraan vast. Het is nogal een beest: bijna vier kilo. In de meeste kookboeken die ik raadpleeg, staat bij de recepten voor gans behulpzaam: gans wordt met kerstmis gegeven. Fijn hoor. Ik denk dat hij met ratatouille en pappardelle ook heel lekker zal zijn, over een uur of drie, vier. Mediterrane gans, heet hij dan.